Historiek van het FAO
In het midden van de XIXe eeuw nemen de arbeidsongevallenrisico's die aan de uitbreiding van de machinale arbeid verbonden zijn, met de industriële revolutie sterk toe.
In de meeste gevallen laten de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek geen rechtvaardige vergoeding toe. Op de ongeveer 35.000 ongevallen per jaar, waarvan 10.000 zwaar of met dodelijke afloop zijn, worden er feitelijk slechts 3.000 enigszins vergoed. Het bewijs van het ongeval is moeilijk te leveren, de procedure is lang en ingewikkeld, de betalingswaarborgen zijn vaak maar een illusie.
Wetsvoorstellen door Charles Saincteclette en Paul Janson ingediend, worden niet aangenomen.
Leopold II verzoekt zijn Ministers een Steun- en Voorzorgskas op te richten (1890) om de meest dringende noden te lenigen.
Men zal nog vijftien jaar moeten wachten (1905) om van de openbare onderstand en van het paternalisme, naar een stelsel van forfaitaire vergoeding (wet van 1903), zij het eerst nog gedeeltelijk ten laste van sommige werkgevers, over te gaan. Dezen worden er toe aangezet zich te laten verzekeren.
De openbare diensten hebben dus een aanvullende taak. Een Waarborgfonds, dat door een speciale bijdrage gestijfd wordt, neemt de verplichtingen van de werkgever ten laste, wanneer deze in gebreke blijft.
De Steun- en Voorzorgskas kent van 1 januari 1927 af aanvullende toelagen toe ten laste van een speciaal fonds. Het bedrag van de forfaitaire vergoeding wordt immers definitief vastgesteld na het verstrijken van een herzieningstermijn, terwijl de door een ongeval getroffenen de gevolgen moeten dragen van een monetaire erosie of van een onvoorziene verergering van hun toestand.
In 1936 wordt de structuur van de instellingen verder opgebouwd met de oprichting van de Nationale Dienst voor Kunstledematen.
In de loop van de dertiger jaren wordt een nieuwe oriëntatie waargenomen, namelijk die van de toenemende belangstelling van de openbare diensten voor de meest benadeelden. Er wordt een Nationaal Werk voor de Wezen van Arbeidsslachtoffers opgericht, terwijl de controle op de verzekeringsinstellingen door het Ministerie van Sociale Voorzorg en de werking van een Commissie voor de Arbeidsongevallen wordt verbeterd.
Na de Tweede Wereldoorlog wordt het algemeen stelsel van de vergoeding der arbeidsongevallen uitgebreid tot het huispersoneel en tot de arbeidsongevallen overkomen op de weg naar of van het werk. In verband met laatstgenoemd risico worden aldus de principes van het besluit van de Secretarissen-Generaal van 24 december 1941 geconsolideerd.
Het principe van de totale financiële verantwoordelijkheid van de werkgever zal in 1951 bekrachtigd worden.
De verhoging van de verzekeringstaks van 5 tot 10 % maakt het verder mogelijk de gevolgen van de aan de oorlog te wijten muntontwaarding af te remmen en aan de basisbedragen voor de berekening van de toelagen een progressief karakter te geven. De Steun- en Voorzorgskas ontwikkelt haar activiteiten derwijze dat zij een minimum voor levensonderhoud waarborgt en de bijdrage voor het "pensioen van vrij verzekerde" kan storten.
In 1957 vindt het principe van de aanpassing der toelagen aan de schommeling van het indexcijfer der consumptieprijzen ingang.
De Kas heeft eveneens tot de liquidatie van de oorlogsgevolgen (speciale risico's, werknemers van de Oostkantons, enz...) bijgedragen.
Het jaar 1963 is een nieuw keerpunt in de evolutie van de maatregelen, die ten gunste van slachtoffers van arbeidsongevallen getroffen werden. Meer en meer blijken deze maatregelen elementen van één stelsel te zijn, dat meer samenhang behoeft. Terzelfdertijd wijkt men enigszins af van het principe van de progressiviteit in de basisbedragen en oriënteert men zich, door de vermindering in 1961 van de categorieën van invaliden, naar een meer eenvormige berekeningsbasis voor de toelagen van de verschillende categorieën.
Het idee van de automatische herwaardering van de rente vindt snel ingang. Eerst toegekend aan de grote invaliden vanaf 1967, wordt ze in 1969 op de meesten van de getroffenen toegepast.
Inmiddels wordt op 10 november 1967 het Fonds voor Arbeidsongevallen opgericht, dat ontstaan is uit de samenvoeging van de Steun- en Voorzorgskas, de Commissie voor de Arbeidsongevallen, de Nationale Dienst voor Kunstledematen en het Nationaal Werk voor de Wezen van Arbeidsslachtoffers.
Het hele stelsel, waarvan de eenheid aldus bevestigd wordt, moet nu gerationaliseerd en vereenvoudigd worden. Deze nieuwe hervorming mondde uit in de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971.
Opdrachten en BO
Handvest
Comités - Organigram
Jaarverslag
Publicaties
Werken op het FAO
Historiek van het FAO